Home

 

Over

Limozine

 

 

 

 

 

 

Vereist

Formulier verzenden...

Er is een fout opgetreden in de server.

Formulier ontvangen.

limozine

Houd mij op de hoogte van updates

TERUG NAAR DE TOEKOMST Tekst en ontwerp door Peter van den Hoogen 21-10-2015

 

 

 

 

 

Het volgende nummer

Vandaag, 21 oktober 2015, is Marty McFly in Back to the Future 2 met een DeLorean omgebouwd tot tijdmachine aangekomen in de toekomst. Wat trof hij aan? Een stokoude oldtimer die nog altijd futuristisch oogt en eindelijk kan doen waarvoor hij ontworpen lijkt te zijn: vliegen.

 

‘Roads? Where we’re going, we don’t need roads’, zegt Dr. Emmett Brown (Christopher Lloyd) aan het eind van de Film Back To The Future (1985), als hij samen met zijn jonge vriend Marty McFly (Michael J. Fox) op het punt staat om dertig jaar vooruit te reizen in de tijd, naar 21 oktober 2015 om precies te zijn (vandaag dus). Hij doelde daarmee op de vliegende auto’s die we te zien gingen krijgen in het tweede deel van de film uit 1989.

 

McFly (what’s in a name) is dan net teruggekeerd van een tumultueuze reis uit het jaar 1955. Maar het lijkt alsof de makers van de film zelf nog een beetje met hun hoofd in de toekomstwolken van de jaren vijftig rondliepen, gezien de vliegende auto’s waarmee ze op de proppen kwamen als voorspelling voor het jaar 2015. Want wie zag dáár nog toekomst in, anno 1989?!? Kennelijk zou een realistische versie van de toekomst er eind jaren 80 wat auto’s betreft saai uit zien en bood de rijke fantasie van drie decennia eerder, uitkomst. Back To The Future krijgt daardoor op dit punt ineens een nieuwe betekenis.

 

Voor de vliegende taxi uit het verhaal werd zelfs een oldtimer van stal gehaald, de Citroën DS, waarvan het ontwerp voor het overgrote deel uit 1955 stamt! Tja, veel futuristischer van vorm zijn auto’s sindsdien inderdaad niet meer gebouwd.

 

De DS – spreek uit: déese (godin) – leek van meet af aan bedoeld om te vliegen. Dat werd alleen al duidelijk uit de manier waarop het model in de jaren vijftig in brochures was afgebeeld en op beurzen werd tentoongesteld: als een aerodynamische sculptuur zonder wielen, alsof ze, om met de Franse filosoof Roland Barthes te spreken, uit de hemel was komen vallen. Maar ook als complete auto lijkt de godin in het luchtruim thuis te horen met die achterwielen die als een half ingetrokken landingsgestel alvast grotendeels achter de wielkappen verdwijnen. De DS líjkt niet alleen te zweven, zo voelt ze ook op de weg, dankzij het door Citroën uitgevonden hydropneumatische veersysteem waarmee de carrosserie los komt van de grond en ze als een vliegend tapijt over oneffenheden glijdt.

 

Daarom zal de DS, zolang er geen vliegende auto’s in productie gaan, een toonbeeld voor de toekomst blijven. En daarom heeft men er, in tegenstelling tot andere iconische modellen als de Kever, de Fiat 500 en de Mini nooit een retro-versie van willen maken. Nostalgie ligt bij de DS namelijk net iets gecompliceerder. Het is niet gebaseerd op vervlogen dagen maar op een oude toekomstdroom. Met een DS wil je niet terug naar het verleden, maar terug naar de toekomst.

 

Brochurebeeld en de stand op de wereldtentoonstelling in Brussel (1958)

Vliegende DS in de film Fantõmas se déchaîne (1965)

Salon van Parijs(1962)

Vliegende DS door Otto Steiniger